De assemblage met passe-partout bewerking voor kunstwerken op papier biedt veel voordelen aan.
De passe-partout beschermt en ondersteunt het werkstuk dat men hanteert. Het opslaan wordt eenvoudiger en is zonder risiko voor eventuele beschadiging.
Het beschermt het werk van vingersporen, wrijving en van alle directe kontakten.
Zodoende,wordt het werk beter voorgesteld. In het kader vormt de passe-partout als het ware een onmisbaar ruimte tussen het werk zelf en het glas of plexiglas. Direkt kontakt van het werkstuk met het glas zou een pigmentenoverbrenging kunnen veroorzaken of een gedeeltelijke splitsing van de media. Dit montage heeft ook nog een isolerende en een beschermende rol voor eventueel relatieve vochtigheidsvariaties.
Inventarisnummers, titels en andere informatie kunnen terecht op de passe-partout zelf of op het steunkarton eerder dan op het kunstwerk.
De passe-partout biedt een fraaiere presentatie wat het kunstwerk goed tot zijn recht laten komen.
In geen geval mag het kunstwerk op een of ander manier beschadigd worden.
Papier is buitengewoon reaktief op materialen van slechte kwaliteit. Slechts materialen van extra goede kwaliteit worden hier gebruikt. Zuurvrij, m.a.w. alle basisprodukten met een neutraal pH of alkalimaterialen. De beste kartonnen bestaan uit 100 % katoen. Kartonnen uit 100 % cellulose zijn ook van goede kwalitieit. Vermijd kartonnen die langs de binnenzijde bedekt zijn met een laag neutraal papier, het kan als het ware een camouflage zijn en het zuur dat in het papier is zal geleidelijkaan het papierwerk aantasten en verderop alle ingelijste werken1.
Er bestaan zelfklevende banden die de scharnieren vastleggen en het werk vasthouden. De chemische samenstelling van deze zelfklevende banden is dikwijls onstabiel. Ze kunnen langzamerhand de kunstwerken beschadigen. Om die banden aan elkaar vast te hechten, gebruikt men liefst stijfsellijm. Er mag geen rechtstreekse kontakt bestaan tussen het papierwerk en de zelfklevende banden.
De afmetingen van de passe-partout zijn in functie van de omlijsting zelf. Zonder welbepaalde omlijsting, zal de passe-partout uitgesneden worden volgens standaardnormen.
Het kunstwerk blijft de hoofdzaak!. Elk werk krijgt een aangepaste behandeling. Eerst neemt men de afmetingen van de tekening zelf, + wat extra voor de marges (bijvoorbeeld voor titles, handtekeningen, annotaties, en dergelijke). Het venster van een passe-partout moet steeds over de randen overlopen met tenminste 3 à 5 mm om het werk goed te bevestigen. Dit belet elke verplaatsing van het werk tijdens het retoucheren, het transport, of onder invloed van onstabiele vochtigheidsgraad.
De boven- et zijdelingse marges hebben dezelfde breedte plus 15 à 25 mm aan de onderste marge voor een iets beter visueel effekt.
Op het karton lichtjes met een potlood de randen van het venster aanduiden, uitsnijden met een speciaal daarvoor ontworpen lat (bijvoorbeeld Maped) of met een toestel uitgerust voor het uitsnijden van passe-partout’s. De vensters zijn in het algemeen schuin afgesneden (45° ).De venters zijn aan ook fraaier, zonder schaduweffekt noch afdruk op het papier zelf. De randen zijn vervolgens afgeschuurd met een schuurpapier.
Nu dat het venster uitgesneden is kiest men voor de montage: twee elementen, drie elementen, voor- en achterzijde. De montage met twee elementen is heel eenvoudig en is de basis voor andere montages. De montage met drie elementen geeft het kunstwerk een betere bescherming.
Dit tweeledige element bestaat uit een steunkarton van tenminste 2,5 à 3 mm dikte met een openingsvenster van minstens 1,5 mm dikte. Beide kartonnen worden geassembleerd met een zuurvrij linnenband. De linnenband moet over de langste zijde gelegd worden voor een optimale steun.
Op de kartonnen legt men gewichten om het geheel goed vast te houden. De linnenband wordt lichtjes met water bevochtigd en is zodanig geplaatst dat het uitloopt over de verbindginslijn. Alles wordt dan bedekt met vloeipapier om het geheel te laten drogen. Na enkele minuten is de passe-partout klaar voor verder gebruik.
Om het kunstwerk aan de montage te bevestigen, gebruikt men papieren scharnieren. Papier is echter vrij gemakkelijk te gebruiken vermits het “ademt” en dus vrij goed reageert op eventuele temperatuursverschillen.
Er bestaan verschillende types scharnieren maar de gekruiste type of in T-vorm is de meest courante, de eenvoudigste (zie tekening.) Men gebruikt hiervoor “Japans papier”: 100 % kozo fabrikatie. De keuze van het papier is in funcktie van de grootte et de dikte van het werk dat moet vastgelegd worden. De scharnieren mogen niet sterker noch dikker zijn dan het papier van het werk zelf. De meeste kunstwerken eisen twee scharnieren, maar bij grotere werken gebruikt men best meerdere scharnieren. De scharnieren in T-vorm bestaat uit twee rechthoekige banden uitgesneden uit het gekozen papier. Een strook wordt bovenaan aan de achterkant van het kunstwerk vastgehecht, en de andere strook komt evenwijdig, dwars over de eerste strook liggen. Het tweede strookje wordt op het karton zelf gelijmd.
Om vlekken to voorkomen moeten de kanten van beide strookjes worden ontvezeld. De beide strookjes worden uitgesneden door middel van een dun penceel en water. De afmetingen zijn 10 tot 15 mm op 35 mm.
Als kleefmiddel gebruikt men stijfsellijm, is gemakkelijk te verwijderen met water, is zuurvrij en zuiver zodat het kunstwerk niet wordt beschadigd. De lijm mag niet te vloeibaar zijn zodat het papier niet bevochtigd wordt. Te veel vochtigheid veroorzaakt kromtrekkingen.
De lijm wordt op het ene been van het T-vorm gebracht, op zo’n 5 mm. Het strookje wordt vastgelijmd op de achterkant van het kunstwerk (ter hoogte van de bovenkant) op een afstand van 4 tot 5 cm van de hoeken. Het strookje wordt daarna uitgestreken met een droog penceel. Vervolgens worden op het scharnier een stuk polyester, een vloeipapier en een gewicht geplaatst voor het droogproces. Na plaatsing van beide strookjes, moet men het kunstwerk aanpassen in het venster van de passe-partout. Daarna worden nog eens een vloeipapier en een gewicht geplaatst om het kunstwerk goed te bevestigen. Een nieuw uitgestreken strookje wordt vervolgens over de ganse lengte ingelijmd en wordt over de scharnieren en over het karton gelegd om een T-vormige scharnier te vormen. De vezels wordt uitgestreken met een droog penceel. Tussen het kunstwerk en het strookje is er ruimte nodig zodanig dat de vezels niet in kontakt komen met het kunstwerk zelf en zo kan men ook gemakkelijk de achterzijde zien.
De beide T-scharnieren zijn nu geplaatst, ze drogen onder een laag polyester, een laag vloeipapier en bovenop een gewicht en dit tijdens een halfuur.
Voor het uiteenstellen van een kunstwerk in passe-partout, snijdt men zorgvuldig het strookje uit dat ligt tussen het kunstwerk zelf en het been van de scharnier zelf. Het kunstwerk wordt zo uit het karton verwijderd.
LRDP Info nr 1 Inlijsten met houthoudend karton - De gevaren. Museum karton - Conserveringskarton..
(Uitreksel van "La Route du Papier Info", n° 6, december 1997)
© La Route du Papier