De “IIIe journées sur la conservation préventive” door de CCL georganiseerd, « Centre de Conservation du Livre » in Arles, hadden op 2, 3 december laatst plaats. Dit jaar was als thema de klimatologie in archieven en bibliotheken. Onder de deelnemers, waren er ingenieurs in klimaatregeling, meteorologen, biologisten en conservators voor archieven, bibliotheken en musea. Hieronder vindt u een korte samenvatting van die twee dagen met een paar ideeën uit de 17 gesprekken.
Een gebouw met archieven, bibliotheken heeft een belangrijke rol. De oude gebouwen met dikke muren hebben vaak een groot thermische en hygrometrische inertie. Bovendien is het dokumentenmassa vaak zwaarder dan het gebouw zelf. De wisselvalligheden zijn dus vrij traag. Ze zijn ook in tijd verspreid. Er zijn dus geen thermische of hygrometrische schokken of wel zijn ze vrij zwak. In een gebouw met weinig inertie zijn de buitenvariaties niet gematigd. Over het algemeen hebben we geen gegevens om de antwoordtijd van het papier massa te meten. Als voorbeeld, voor een blad, is de antwoordtijd enkele minuten en voor een boek, enkele weken. In de departementale archieven van Zuid Corsica, in Ajaccio, tonen de metingen een vertraging van vijf dagen tussen de buitenvariaties (door de meteorologische gemiddelde metingen gegeven) en de gemeten waarden in de bewaarplaatsen van een gebouw met grote inertie. Bovendien zijn de wisselvalligheden erin minder belangrijk.
Ter herhaling, in een gebouw komen de verschillende vochtigheidsbronnen van buiten of van binnen: de capillariteit, de infiltratie, aanwezig in het beton of veroorzaakt door overstromingen of natuurlijke ongelukken. De vochtigheid wordt ook door de mens meegebracht door reiniging of ademing.
Het beste om goede klimatische omstandigheden voor dokumentenconservatie te verzekeren is de inrichting van homogene bewaarplaatsen. In de praktijk, zijn de bewaarplaatsen zelden uit homogene papierdokumenten samengesteld. Men vindt ook leder, perkament, kleefmiddelen, enz. De klimatische omstandigheden zullen dus altijd met compromissen geregeld zijn. De aanbevolen normen voor de archieven in Frankrijk zijn : 18 °C. +/- 2 °C. en 55 % +- 5 % voor de relatieve vochtigheid. Tegenwoordig is de tendens voor een koeler en vooral droger klimaat voor boeken en archieven behalve voor perkament. Het belangrijkste is een klimatische stabiliteit te hebben jaar in jaar uit zonder plotselinge variaties en verschillen. De klimaatregeling kan een oplossing zijn om goede klimatische voorwaarden in bibliotheken en archieven te verzekeren, hoewel een gebouw met aangepaste materialen enmet goede inertie ook goede klimatische bescherming voor de dokumenten kan bieden. Een klimatische studie in de boekenbewaarplaatsen moet aangevuld zijn met meteorologische gegevens, gemiddelde temperatuursopname en hygrometrie van de stad zelf.
De relatieve vochtigheid (de verhouding tussen de hoeveelheid damp bevat in een gegeven volume bij een zekere temperatuur en de maximale hoeveelheid waterdamp die datzelfde volume zou kunnen bevatten bij dezelfde temperatuur, in % uitgedrukt) toont de neiging van een materiaal om de waterdamp op te nemen of niet. Als de RV 20 % is wordt het materiaal gretig voor vochtigheid en zal het de damp absorberen. Maar als de temperatuur daalt, is er vlug saturatie met condensatie risico op de koude oppervlakten.
Biologisch gezien, bij laag temperatuur vermindert het ontkiemingsrisico door te hoge waterdamp veroorzaakt. Met een RV van 70 % en een temperatuur van 20 °C. is er een ontkiemingsrisico. Daarentegen, met dezelfde RV maar met een temperatuur van 15 °C., bestaat er bijna geen risico meer. Omgekeerd, met een temperatuur van 20 °C. en een RV van 50 % is er ook geen risico van ontkieming meer.
Twee belangrijke parameters voor de vochtigheidsmeting van vaste lichamen zoals papier, zijn de stabiele vochtigheid en de wateractiviteit. De stabiele vochtigheid is de relatieve vochtigheid of vochtigheidsgraad van het omgevende milieu zodat het ruilen tussen het materiaal en de lucht nul is. De wateractiviteit is de vochtigheidsgraad de gemeten wordt op de oppervlakte van het materie; de vochtigheidsgraad is in evenwicht met het milieu. Het is met “AW” uitgedrukt. Het varieert van 0 tot 1. Het is gemeten op hermetisch gesloten monsters in een speciaal compartiment. Per definitie is de wateractiviteit bijna gelijk aan de stabiele vochtigheid van het materiaal. Voor een boek wordt het met een opvangsmeetstaaf gedaan. De vochtigheidsgraad is dan in percent uitgedrukt en nog met 100 gedeeld (bijvoorbeeld : RV = 65 % dan AW = 0.65 %). De wateractiviteit is een belangrijk parameter. Het bepaalt rechtstreeks de fysische, mechanische, chemische en microbiologische eigenschappen van een hygroscopisch materiaal zoals papier. De wateractiviteit wijst op vrijwater aanwezigheid. Door vrijwater wilt men zeggen water dat chemisch niet aan cellulose verbonden is. Het water is dan beschikbaar voor biochemische reacties zoals ontwikkeling van micro-organismen. Als AW > 0,65 is, is er een groter risico voor ontkieming.
De verschillende toestellen om de klimatische invloeden te controleren zijn ook hieronder onderzocht. Een paar belangrijke opmerkingen kunnen de keuze van een metingsinstrument beïnvloeden voor een korrekt gebruik te verzekeren. Tussen de verschillende toestellen vindt men de mechanische thermovochtigheidsmeter, de psychrometer, de thermohygrograaf met variatie van totale wisselstroomweerstand of met afstandbediening.
In het algemeen, moet het verschil tussen de reële waarde en de meetwaarde geschat worden. De reële waarde is de meetwaarde met een marge. De marge komt door de ijking, het milieu, het meet-techniek enz. Om het verschil tussen de reële waarde en de meetwaarde te schatten, worden tegenstrijdige metingen genomen met een aangepast geijkt instrument of met een instrument dat geijkt is met onverzadigde gezouten oplossingen. Deze oplossingen zijn vochtige ijkmaat genoemd. Die zijn met het toestel geleverd. Het hysteresis fenomeen moet ook bekeken worden. Het is het verschil tussen de lezing en de meting. Als een hygrometer gedurende een bepaalde tijd met een RV van 40% gelaten is, wanner het in RV van 50% geplaatst wordt, zal er een bepaalde tijd nodig zijn om de reële meetwaarde te kunnen lezen.
De mechanische thermohygrometer heeft een gevoeligheid afhankelijk van het materiaal : een haarlok, een katoenen prop,… Na ijking is het apparaat moeilijk verplaatsbaar. Dit toestel vraagt een periodisch herstel, ongeveer twee keer per jaar. Het vraagt een lange antwoordtijd. Maandelijkse opnamen zijn beter om klimatische fenomenen te volgen en te begrijpen.
De psychrometer vraagt geen periodische ijking maar zijn vetrouwbaarheid eist een goede gebruik, een korrekte ventilatie en een goede lezing. Het moet goed onderhouden zijn en gebruikt worden met gedistilleerd water. Het katoenen prop moet regelmatig herplaatst worden.
De thermohygrometer met variatie van totale wisselstroomweerstand is bijvoorbeeld gebruikt in papierindustrie. Het heeft een opvangsmeetstaaf om de hygrometrie in de papieren stapels te meten. Het moet tegen stof, waterprojectie en schokken beschermd zijn. Het is ook gevoelig voor verontreiniging en oplosmiddelen. Het moet een keer per jaar geijkt worden. Veel modellen zijn beschikbaar.
Slechts een radiotransmissiesysteem geeft een omstandigheidscontrole in reële tijd. De gegevens kan men lezen via een modem of een PC.
(Uitreksel van "La Route du Papier Info", n° 7, december 1998)
© La Route du Papier